Statuten

Hier vindt u onze statuten van de vereniging.

STATUTEN COMMANDOVERENIGING WEST BRABANT

 Naam, zetel en duur

 Artikel 1

 De vereniging draagt de naam Commandovereniging West-Brabant. Zij is opgericht op 11 maart 1993 voor onbepaalde tijd. Zij is gevestigd te Roosendaal. Zij beoogt niet het maken van winst. Het boekjaar is het kalenderjaar.

 Artikel 2

De vereniging stelt zich ten doel:

  1. Het bewaken, bevorderen en in stand houden van de kameraadschap tussen en de onderlinge steunverlening aan de gewone leden, de ereleden en de buitengewone leden der vereniging.
  2. De belangenbehartiging van de binnen eigen regio wonende veteranen, waaronder te verstaan diegenen die als zodanig in de statuten van de Commandostichting worden omschreven.
  3. Het bewaken, bevorderen en in stand houden van de band tussen de vereniging en het operationele onderdeel van het Korps, dat door het bestuur van de Commandostichting te dien einde aan de vereniging is toegewezen.
  4. Het bevorderen en in stand houden van de goede naam van het Korps.

Artikel 3

Onder het Korps wordt verstaan het Korps Commandotroepen en de onderdelen waaruit dit is voortgekomen, zijnde:

  1. No.2 (Dutch) Troop No. 10 (Interallied) Commando, opgericht op 22 maart 1942, het Tweede Depotbataljon van Gewest 12 Binnenlandse Strijdkrachten, opgericht op 5 augustus 1945, welke beide onderdelen op 1 oktober 1945, onder de naam Zesde Koninklijke Nederlandse Infanteriedepot (6 KNID) werden samengesmolten, zijnde de naam van dit onderdeel op 7 mei 1946 gewijzigd in Stormschool Bloemendaal en in april 1949 in Stormschool Roosendaal, waaruit op 1 juli 1950 het Korps Commandotroepen is ontstaan;
  2. Het Korps Insulinde (KI), opgericht op 10 april 1942 te Ceylon;
  3. (1) De School voor Opleiding Parachutisten (SOP), opgericht op 1 maart 1946 te Hollandia (NOI), waaruit op 1 maart 1947 de Eerste Para Compagnie (1e Para Cie) is voortgekomen; (2) Het Depot Speciale Troepen (DST), opgericht op 15 juni 1946 te Batavia (NOI), waaruit op 5 januari 1948 het Korps Speciale Troepen is voortgekomen; welke beide onderdelen op 15 juli 1949 zijn samengevoegd tot het Regiment Speciale Troepen (RST), waarvan een deel van de militairen na opheffing van dit Regiment, op 15 juli 1950, is overgegaan naar het Korps Commandotroepen.

Artikel 4

De vereniging tracht haar doel te bereiken door:

  1. Het bevorderen van de saamhorigheid onder de leden.
  2. Het besteden van zorg en aandacht, in de ruimste zin van het woord, aan de veteranen, zulks met inachtneming van het door het bestuur van de Commandostichting ter zake gevolgde beleid.
  3. De onderlinge steunverlening.
  4. Het onderhouden van een nauwe band met het Korps en de Commandostichting en deelname aan de door deze stichting georganiseerde activiteiten.
  5. Het bevorderen van de goede naam van het Korps.
  6. De regelmatige publicatie van nieuws en bijdragen met betrekking tot de vereniging, het Korps en de Commandostichting, zulks in de vorm van een periodiek dan wel via het internet.
  7. Voor zover van toepassing: het beheer van een website.
  8. Hetgeen verder ter bereiking van het doel, langs wettige weg, kan worden verricht.

Lidmaatschap

Artikel 5

De vereniging kent:

–   gewone leden;

–   ereleden;

–   buitengewone leden.

  1. Gewone leden zijn natuurlijke personen die daadwerkelijk dienen of gediend hebben bij het Korps en gerechtigd zijn tot het dragen van de rode baret, zoals die gedragen werd bij de onder artikel 3 genoemde stam onderdelen van het Korps, of de commandobaret.
  2. Tot ereleden kunnen worden benoemd gewone leden of buitengewone leden die bijzondere verdiensten hebben of hebben gehad tegenover de vereniging. Benoeming geschiedt door de algemene ledenvergadering, op voordracht van het bestuur of tenminste twee/derde deel van het aantal gewone leden.
  3. Buitengewone leden kunnen zijn natuurlijke personen dieals militair of als burgerambtenaar gedurende tenminste 12 maanden behoren of behoord hebben tot het personeel van het Korps of tot een onderdeel van de krijgsmacht dat direct ten dienste staat of heeft gestaan van het Korpsbijzondere verdiensten hebben of hebben gehad voor de vereniging en die als zodanig op voordracht van het bestuur of tenminste drie gewone leden en/of ereleden bij beslissing van de algemene ledenvergadering zijn aangenomen;de levenspartner waren van een gewoon lid, erelid of buitengewoon lid van de vereniging.

Gewone leden en buitengewone leden betalen een jaarlijks door de algemene ledenvergadering , op voorstel van het bestuur, vast te stellen contributie. Ereleden betalen geen contributie.

Nieuwe gewone leden en nieuwe buitengewone leden, behorend tot de in dit artikel onder d 1 genoemden, betalen over het kalenderjaar waarin hun lidmaatschap ingaat en het daarop volgend kalenderjaar geen contributie. Dit geldt evenwel alleen als zij het gewoon lidmaatschap, respectievelijk het buitengewoon lidmaatschap verwerven aansluitend aan de verkrijging van de hoedanigheid die hun daartoe de mogelijkheid biedt.

Een lidmaatschap kan eindigen door:

–   het overlijden van een lid

–   door opzegging door een lid

–   door opzegging door de vereniging

–   door ontzetting.

Opzegging door een lid geschiedt door een schriftelijk bericht aan het bestuur.

  1. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen wanneer een gewoon lid, een erelid of een buitengewoon lid heeft opgehouden aan de vereisten door de statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen alsmede wanneer van de vereniging in redelijkheid niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren. De opzegging geschiedt schriftelijk door het bestuur.
  2. Ontzetting kan plaatsvinden als een lid in strijd met de statuten, de huishoudelijke reglementen of de besluiten der vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Ontzetting geschiedt door het bestuur. Het lid wordt binnen vijf dagen na het bestuursbesluit schriftelijk in kennis gesteld van het besluit, zulks onder opgave van redenen. Hem staat binnen een maand na ontvangst van het besluit beroep open op de algemene ledenvergadering. Gedurende deze beroepstermijn en hangende het beroep is het het lid verboden deel te nemen aan enige activiteit van de vereniging.
  3. Het bestuur kan een lid tijdelijk, voor de duur van niet meer dan drie maanden, het recht ontzeggen deel te nemen aan enige activiteit van de vereniging indien de gedragingen van het lid daartoe aanleiding geven.

Wanneer een lidmaatschap, om welke reden dan ook, in de loop van het boekjaar eindigt blijft desalniettemin de contributie voor dat jaar geheel verschuldigd.

Geldmiddelen

Artikel 6

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:

  1. Ontvangen contributies.
  2. Andere langs legale weg verkregen middelen.

Bestuur

Artikel 7

  1. Het bestuur van de vereniging wordt gekozen door de algemene ledenvergadering uit diegenen van de leden, die daartoe door het zittend bestuur zijn voorgedragen.
  2. Het bestuur bestaat uit tenminste vijf en ten hoogste zeven leden. Tenminste drie, respectievelijk vijf leden van het bestuur, onder wie de voorzitter en de secretaris dienen gerechtigd zijn tot het dragen van de commandobaret dan wel de rode baret. Met de rode baret wordt bedoeld de baret zoals die werd gedragen bij de onder art.3 genoemde stamonderdelen van het Korps.
  3. De voorzitter wordt door de gewone en ereleden in persoon gekozen.
  4. De overige bestuursfuncties, te weten die van secretaris, penningmeester en overige bestuursleden worden binnen het bestuur verdeeld.
  5. Het bestuur kan uit zijn midden een vice – voorzitter aanwijzen, zulks met inachtneming van het bepaalde bij lid b, tweede volzin van dit artikel.
  6. De bestuursleden worden gekozen voor een zittingsperiode van vier jaren. Om de twee jaren treedt de helft van het aantal bestuursleden af volgens een door het bestuur op te stellen rooster. De volgens dit rooster aftredende bestuursleden zijn herkiesbaar. Het rooster dient te bevatten dat de voorzitter en de secretaris niet gelijktijdig aftreden.
  7. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen gezamenlijk het dagelijks bestuur van de vereniging. Zo het bestuur een vice-voorzitter heeft aangewezen behoort ook hij tot het dagelijks bestuur.
  8. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging in en buiten rechte. Deze bevoegdheid komt ook toe aan het dagelijks bestuur der vereniging.
  9. De secretaris notuleert zowel de bestuursvergaderingen als de algemene ledenvergaderingen en legt bij iedere volgende vergadering de schriftelijke notulen van de vorige vergadering ter goedkeuring voor. Hij is voorts met uitsluiting van ieder ander belast met het voeren van de correspondentie van de vereniging.
  10. De penningmeester is belast met het doen van de ontvangsten en uitgaven der vereniging en het beheer van de geldmiddelen van de vereniging. Hij brengt jaarlijks binnen vier maanden na het einde van het verenigingsjaar een schriftelijk financieel verslag uit aan het bestuur.
  11. Het bestuur kan commissies instellen die, onder aanwijzingen van het bestuur, door het bestuur vast te stellen taken verrichten.
  12. Op de algemene ledenvergadering wordt de kascontrolecommissie benoemd.

Vergaderingen

Artikel 8

De vergaderingen worden onderscheiden in:

–     bestuursvergaderingen;

–     algemene ledenvergaderingen.

–     buitengewone ledenvergaderingen

  1. Bestuursvergaderingen vinden plaats zo dikwijls de voorzitter of drie leden van het bestuur dit noodzakelijk achten doch tenminste tweemaal per jaar. De voorzitter leidt de bestuursvergade – ringen. Er wordt bij gewone meerderheid van stemmen beslist. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
  2. Tenminste één maal per jaar wordt binnen de eerste vijf maanden na afloop van het verenigingsjaar een algemene ledenvergadering gehouden. Toegang tot deze vergaderingen hebben de gewone leden en de ereleden van de vereniging.
  3. Algemene ledenvergaderingen vinden voorts plaats indien het bestuur of tenminste twee/derde deel van het totaal van de gewone leden en de ereleden van de vereniging hierom schriftelijk verzoekt. Deze leden dienen het onderwerp van de door hen gewenste algemene ledenvergadering bij dit verzoek aan te geven, zij zijn niet verplicht hun verzoek (nader) te motiveren.
  4. De voorzitter leidt de algemene ledenvergaderingen. Hij kan, zo hij daartoe gronden aanwezig acht, deze taak overdragen aan een der andere bestuursleden.

Agenda van de algemene en buitengewone ledenvergaderingen

Artikel 9

De agenda van de jaarlijkse algemene ledenvergadering wordt door het bestuur vastgesteld en bevat tenminste de volgende punten:

–   Jaarverslag door het bestuur over het afgelopen jaar.

–   Rekening en verantwoording over het door het bestuur in het afgelopen jaar gevoerde beleid.

–   Verslag van de bevindingen van de kascontrolecommissie.

–   De benoeming van een kascontrolecommissie, bestaande uit tenminste twee gewone leden van

vereniging, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

–   Vaststelling van de begroting voor het komende jaar.

–   Bestuursverkiezingen

  1. De agenda van de op de voet van artikel 8 lid c laatste volzin bijeengeroepen extra algemene ledenvergadering omvat alleen het in dat verzoek genoemde onderwerp.
  2. De agenda van de buitengewone ledenvergadering wordt opgesteld door het bestuur.

Oproeping ter algemene en buitengewone ledenvergaderingen

Artikel 10

  1. De algemene en buitengewone ledenvergaderingen worden door het bestuur bijeengeroepen door middel van een schriftelijke kennisgeving of een kennisgeving via e-mail, welke tenminste 14 dagen voor de vergadering aan de leden wordt toegezonden.
  2. De kennisgeving bevat tijd en plaats van de vergadering alsmede de agenda.

Besluitvorming in de algemene en buitengewone ledenvergaderingen

Artikel 11

  1. De besluiten van de algemene ledenvergadering worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, tenzij in de Wet of in deze statuten anders is bepaald. Ongeldige stemmen en blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
  2. Over personen wordt schriftelijk gestemd. Over zaken wordt mondeling gestemd tenzij de voorzitter anders beslist. Over zaken kan ook bij acclamatie zonder hoofdelijke stemming worden beslist.
  3. Bij staken van stemmen over zaken is het betreffende voorstel verworpen. Indien bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen dan vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen verkregen. Indien bij een tweede stemming de stemmen staken dan beslist het lot.
  4. Indien een vergadering door een lid niet kan worden bijgewoond kan dat lid zijn stem schriftelijk uitbrengen.

Statutenwijziging

 Artikel 12

  1. Deze statuten kunnen worden gewijzigd bij besluit van de algemene ledenvergadering, dat genomen is met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste de helft van het aantal gewone leden der vereniging aanwezig is.
  2. Indien in een vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is niet het in lid a van dit artikel genoemde quorum aanwezig is dan wordt een nieuwe algemene ledenvergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan veertien dagen en niet later dan dertig dagen na de eerste vergadering. Alsdan kan het besluit tot statutenwijziging worden genomen met een meerderheid van tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  3. Tenminste 21 dagen voor de algemene ledenvergadering moet een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de letterlijke tekst van het voorstel is opgenomen, aan de gewone leden en de ereleden worden toegezonden.
  4. Het voorstel treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.

Ontbinding

Artikel 13

  1. Op een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bij artikel 12, leden a, b en c bepaalde van overeenkomstige toepassing.
  2. Ingeval van ontbinding van de vereniging wordt de bestemming van het batig saldo vastgesteld bij besluit van de algemene ledenvergadering.

Huishoudelijk reglement

Artikel 14

  1. Onderwerpen die naar de mening van het bestuur of de algemene ledenvergadering nadere regeling behoeven worden geregeld bij een huishoudelijk reglement, door de algemene ledenvergadering vast te stellen en in voorkomend geval te wijzigen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Het huishoudelijk reglement vormt een geheel met de statuten en mag daarmee niet in strijd zijn.

Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien beslist de algemene ledenvergadering.