Tokkel 2015/2

U kunt het ook bekijken in PDF druk dan op deze link Tokkel 2-2015 PDF

‘De Tokkel’

cropped-COVWBlogo-6.png

Inhoud                                                   

  1. Belangrijke gegevens
  2. Bestuur / Financiële transacties / Contributie / Secretariaat
  3. Een woordje van de voorzitter
  4. Dagboek van onze helden – Commando in Mali
  5. Activiteiten / Herdenkingen 2015
  6. Museum Korps Commando Troepen Roosendaal
  7. 6e Jan Willem Petter Mars
  8. De Vijfde Krijgsgevangene
  9. Op bezoek bij

BELANGRIJKE GEGEVENS

Bestuur :
Voorzitter                                : Cor Hertogh             0165-569087

Vice voorzitter                        : Raymond Bochove  06-54221475

Secretaris                               : Jan van Beek           0165-512414

Penningmeester                     : Rinus Schalken        0416-333906

Lid                                          : Joop Beusenberg     0165-856989

Lid                                          : Ad Verwey               0165-549347
Lid                                          : Arno Haest               0032-36671729

Financiële transacties :

NL 71 INGB 0006547503 t.n.v. V.O.C. Westelijk Noord Brabant, p.a. Hogevaart 129, 5161 PM Sprang Capelle

Contributie e.d. :

– Contributiejaar loopt van 1 april t/m 31 maart en de contributie bedraagt € 20,00 per jaar.

– Nabestaanden van oud-commando’s kunnen steunend lid worden voor een bedrag van € 10,00 per jaar.

– Donateurs betalen minimaal € 10,00 per jaar. (Voor meer informatie kunt u zich wenden tot het secretariaat).

Ledenadministratie :             :   Rinus Schalken       0416-333906

Contactpersonen :

‘de Tokkel’                              : Hans Molier             06-14199153/0165-554531

Activiteitencommissie            : Jan van Beek           0165-512414

Integratieplan                         : Cor Hertogh             0165-569087

Sociale coördinatie                : Rob Chrispijn           0167-540660

Veteranenaangelegenheden : vacant

Herdenkingen                         : Jan van Beek           0165-512414

Onderhoud graven                 : Pierre Pfeijffer        0165-537382

Advertenties ‘de Tokkel          : Cor Hertogh             0165-569087

Aanleveren van copy kan gemaild worden naar h.molier@kpnmail.nl

Een woordje van de voorzitter…….

Het is alweer een tijd geleden dat jullie van het bestuur wat gehoord hebben. Ondertussen lopen we alweer tegen het eind van het jaar met alle ups en downs. We hebben dit jaar besloten om ‘de Tokkel’ voortaan via de mail naar alle leden te versturen. Dit omdat de helft van onze contributie opging aan druk- en portokosten. Maar we besteden dit geld natuurlijk veel liever aan de maten met aanhang voor andere leuke dingen.

Voor degenen die geen computer hebben word ‘de Tokkel’ per post thuis gestuurd.

We hebben afgelopen zomer ons bivak in Achtmaal gehouden. Dat was op deze manier voor herhaling vatbaar doordat er velen op zaterdag een middag op bezoek kwamen en er een fijne dag van gemaakt is. We hebben ook een weekend een rondleiding rond Ieper gehad. Ook dat was zeer geslaagd, mede doordat de buschauffeur en de gids twee oud para-commando’s uit Menen waren. Ze lieten ons historische plaatsen lieten zien waar een ander niet komt. Ze hadden ook gezorgd dat we twee dagen zeer goed te eten en te slapen kregen. Perfect geregeld jongens, bedankt !

Dan bereikte ons het droevige bericht dat van Oostrom was overleden te Best. Hij was een gewaardeerd lid van onze vereniging en we zullen hem blijven herdenken als een fijn mens. Dan heb ik nog een negatief puntje. De opkomst voor het schoonmaken van de oorlogsgraven viel tegen. Velen hadden toegezegd te komen, maar weinigen waren slechts gekomen en hebben ons in de kou hebben laten staan. Ik vertrouw volgend jaar op meer actieve respons

Cor Hertogh

Dagboek van onze helden – commando in Mali

Tijdens de missie in Mali hield één commando een dagboek bij. Een dagboek waarin hij niet alleen laat zien wat zijn werk inhoudt maar waarin hij ook laat weten hoe hij over dingen denkt of wat hij er bij voelt. In de achtdelige serie Dagboek van Onze Helden – Commando in Mali geeft hij een unieke inkijk in de wereld van een commando op missie.

Omdat de commando nog steeds actief is, is het in verband met de operationele veiligheid essentieel dat hij anoniem blijft. Hij komt daarom nooit herkenbaar in beeld.

‘Onze held’ de commando is een man van begin dertig die al de nodige missies op zijn naam heeft staan. Zo is hij eerder in Afghanistan en Irak geweest.

Hij neemt zijn taak uiterst serieus. We zien hem in contact met de plaatselijke bevolking, in overleg met rebellen en bij het oplossen van steeds weer opduikende problemen. In zijn dagboek spreekt hij open en eerlijk over zijn gevoel. De passie die hij heeft voor zijn werk, maar ook dat dit in combinatie met zijn privéleven niet altijd even makkelijk is. Hij reflecteert op alle belangrijke dingen die er in Mali gebeurd zijn en schroomt daarbij niet zijn mening te geven.

Door zijn verhaal ziet Nederland van dichtbij wat er zich in het afgelopen jaar heeft afgespeeld in Mali. Volg het verhaal van de commando op www.youtube.nl/dagboekvanonzehelden.

image007

Activiteiten COV West Brabant 2015

1 Nieuwjaarsbijeenkomst zondag 11 januari
2 Excursie Covra woensdag 11 februari
3 Schieten donderdag 26 februari
4 Ledenvergadering vrijdag 17 april
5 Onderhoud graven maandag 27 april
6 Van Woerden Mars donderdag 7 mei
7 Familiebivak donderdag 14 mei
8 Zomerwandeling woensdag 17 juni
9 Fietstocht zondag 19 juli
10 B.B.Q. zaterdag 22 augustus
11 Jan Willem Petter Mars vrijdag 23 oktober
12 Onderhoud graven maandag 26 oktober
13 Silvester tocht woensdag 23 december
Herdenkingen 2015
1 Capelse Veer zaterdag 31 januari
2 Wassenaarse Slag vrijdag 27 februari
3 Dodenherdenking Parklaan maandag 4 mei
4 Wageningen Défile dinsdag 5 mei
5 Roermond Indië Monument woensdag 15 juli
6 Oosterbeek Market Garden vrijdag 18 september
7 Mallard Mars zaterdag 31 oktober
8 Vlissingen Infatuate dinsdag 3 november

Museum Korps Commando Troepen – Roosendaal

Hebben jullie wel eens een bezoek gebracht aan het museum van het Korps Commando Troepen te Roosendaal ? Zoniet, dan zeker doen !

De vrijwilligers leiden u graag rond en vertellen u alles over de geschiedenis van het Korps Commando Troepen en zijn stamonderdelen. De belangrijkste periodes uit de commandogeschiedenis worden in de diverse vitrines en levensgrote diorama’s aan de bezoeker getoond. Daarnaast komen thema’s als opleidingen, uitzendingen, wapens, onderscheidingen etc. uitgebreid aan de orde. Bij verschillende opstellingen zijn beeldschermen geplaatst waarmee historisch beeldmateriaal kan worden getoond. En in augustus 2015 is de collectie weer uitgebreid met diverse wapens, waaronder de beroemde stengun. Kortom, zeker de moeite van het bezoeken waard !

Voor meer informatie stuur een mail naar kct.museum@mindef.nl of telefonisch via 0165-358441

image012

6e Jan Willem Petter Mars

Het is een traditie geworden: op de laatste vrijdag van oktober lopen de liefhebbers de Jan Willem Pettermars in de bosrijke omgeving van Maarn en Doorn. De in vele sporten zo succesvolle commandokapitein komt in 1971 om het leven bij een noodlottig ongeval op de handgranaatbaan op de Rucphense Heide. Nota bene twee maanden nadat hij getrouwd is met freule Cornelie Godin de Beaufort.

Deze familie is sinds 1882 eigenaar van het landgoed en kasteel Maarsbergen. Daar is Jan Willem bijgezet in het familiegraf en daar brengen de deelnemers aan de mars hem de eregroet. De start van de tocht is ook dit keer om 08:30 bij het dorpshuis ‘De Twee Marken’ in Maarn, waar zich 75 groene baretten gemeld hebben. Het is zacht herfstweer, velen trekken meteen het jack uit. Na circa twee uur de eerste break voor koffie met appeltaart in Doorn. Dan via fraaie omwegen naar de Van Braam Houckgeestkazerne voor een warme lunch bij de mariniers.

Volgende vaste punt is een omtrekkende beweging om de piramide van Austerlitz, waarna koers gezet wordt naar het landgoed Maarsbergen. Even wat verwarring: er is iets mis met een kompas, we lopen een paar  kilometer meer dan de geplande 35, maar al gauw is duidelijk: we zitten dicht op het doel! De familie verwelkomt ons met natte en droge versnaperingen, die er bij eenieder goed ingaan. Willemina Van der Goes-Petter is de dochter van vader Jan Willem, die haar dus helaas nooit heeft mogen aanschouwen. Wij wel, wat een lieve en spontane gastvrouw, gesteund door echtgenoot en zoons, die bij het afscheid nemen zelfs de houding aannemen! We marcheren keurig in rotten van vier het landgoed af en komen na een klein uur voldaan weer terug op het uitgangspunt ‘De Twee Marken’, De oudste deelnemer, de 84-jarige Frans Volckerick, wordt nog even apart in het zonnetje gezet, het lichaamsvocht wordt weer op peil gebracht en daarna huiswaarts !

Bron : www.korpscommandotroepen.nl van 25 oktober 2015

DE VIJFDE KRIJGSGEVANGENE

Zoals bekend werden tijdens de gevechten in Oosterbeek in september 1944, vier Nederlandse commando’s krijgsgevangene gemaakt: De Waard, Beekmeijer, Gubbels en Gobetz. De laatste drie ontsnapten tot twee maal toe uit krijgsgevangenkamp Stalag IV A, dat gelegen was in de omgeving van Dresden. De tweede keer was succesvol want na dagen van “ontwijken en overleven” bereikten ze bij Chemnitz, aan de Tsjechische grens, de Amerikaanse linies. De gewonde De Waard was genoodzaakt om het einde van de oorlog in krijgsgevangenschap af te wachten.

Minder bekend zijn de wedervaardigheden van commando Herman de Leeuw. Wedervaardigheden die hem met recht “de vijfde krijgsgevangene” maken. Wie was Herman de Leeuw? Geboren op 5 juli 1919 te Holsloot (Drenthe) als zoon van Klaas de Leeuw en Anna von Pickartz, doorliep hij de lagere school en werkte als boerenknecht. Op 8 december 1939 werd hij in de functie van mitrailleurschutter als dienstplichtige ingelijfd bij het Eerste Regiment Veldartillerie (onbereden). Nadat Nederland gecapituleerd had voor de Duitsers, kwam hij op 24 mei 1940 aan in Engeland en werd geplaatst bij de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Vanuit de Brigade vertrok hij naar het Schotse Achnacarry voor het volgen van de commando opleiding, waarna hij op 1 augustus 1942 bij No 2 Dutch Troop werd geplaatst. Met de Troop ging hij op 11 december 1943 naar India en keerde samen met hen op 16 augustus 1944 in Engeland terug. Op 9 september 1944 volgde in het kader van Operatie Market Garden zijn detachering bij de First British Airborne Division.

LZ “X”

18 september 1944. Op het militaire vliegveld Keevil, ten zuidwesten van Londen, staan 40 Horsa gliders gereed om te vertrekken voor deelname aan Operatie Market Garden. Eén van de gliders met “chalk number” DP 956 heeft als piloot Staff sergeant Bernard Black. De copiloot is sergeant Philip Hudson. De lading bestaat uit een jeep met aanhanger en vier passagiers: een chauffeur van het Royal Army Service Corps, een “trooper” van het HQ van de 4de Para Brigade, een soldaat van het South Staffordshire Regiment (South Staffs, een luchtlandingseenheid) en Herman de Leeuw. De bestemming is LZ “X”, gelegen ten noorden van Heelsum en ten zuidwesten van Wolfheze. Een bestemming die ze echter nooit zullen bereiken.

LUCHTARMADA

Om 11.30 uur vertrekt de glider, voortgetrokken door een Stirling bommenwerper. Ze koersen oostwaarts terwijl er steeds meer glidercombinaties verschijnen. Na ruim drie uur vliegen naderen ze de Nederlandse kust, waarbij de vuurtoren op Schouwen-Duiveland (codewoord “Bermuda”) als eerste herkenningspunt dient. Er is dan sprake van een luchtarmada van meer dan 1500 combinaties met een totale lengte van ongeveer 150 kilometer en begeleid door 874 gevechtsvliegtuigen.

Boven Zeeland wordt de Horsa gepasseerd door een collega. Piloot Black merkt dat zijn glider geraakt wordt door de slipstream van het passerende vliegtuig. Hij heeft de glider niet meer onder controle. De linkervleugel zakt en het sleepvliegtuig draait naar rechts. De glider draait juist de andere kant op en ze scharen. Alles gebeurt in luttele seconden. Black doet wat hem geleerd is: hij koppelt af. Hij weet uit de stoet vliegtuigen te komen en zoekt een geschikte landingsplek. Duits afweergeschut vuurt op hem. Black zet de glider neer op een drassig stuk land vlakbij een boerderij waar mensen nieuwsgierig en afwachtend staan te kijken. Black en Hudson lopen naar hen toe en Herman gaat mee om het woord te voeren. Ze willen weten waar ze zitten en van welke kant ze de Duitsers kunnen verwachten. Een zekere Jan Romijn wijst op de kaart aan dat ze op Schouwen zijn geland, niet ver van Nieuwerkerk. Het gebied ligt onder water. Ze gaan poolshoogte nemen en komen al snel met een roeibootje bij de glider terug. De jeep wordt onklaar gemaakt en ze laden een machinegeweer met munitie en hun rugzakken in de boot. De boot meeslepend waden ze door het water richting Nieuwerkerk. Als het donker wordt trekken ze in één van de huizen langs de weg.

KEUKENRAAM

De volgende morgen zit er een man op het dak. Hij tikt tegen het dakraam en roept dat hij van de Duitsers moet zeggen dat ze zich moeten overgeven. Ze vertrekken. Ze gooien het machinegeweer met munitie in het water en met hun rugzakken lopen ze naar Nieuwerkerk. Het dorp is verlaten, er is geen enkel huis bewoond. Ze kiezen een huis uit aan de Molenstraat, tegenover de kerk. Door het keukenraam komen ze binnen en gaan naar boven. Ze besluiten ter plaatse te blijven, zich doodstil te houden en te zorgen dat de vijand hen niet opmerkt. Als de rantsoenen beginnen op te raken moeten ze voor aanvulling zorgen. Dat doen ze door om beurten het dorp in te gaan op zoek naar eten. In keukenkastjes, kelders en op kastplanken vinden ze het een en ander. Na een paar dagen wordt hun rust verstoord. Ze horen voetstappen. Er komen twee Duitsers door het keukenraam naar binnen. Gelukkig komen ze de trap niet op naar boven. Eén van hen maakt gebruik van de WC. Dan verdwijnen ze weer. Ze zijn door het oog van de naald gekropen, maar ze voelen zich niet langer op hun gemak.

‘s Avonds verlaten ze Nieuwerkerk. Ze herinneren zich de boerderij van Jan Romeijn, de Grote Hofstede. Daar gaan ze naartoe en ze worden direct binnengelaten. Jan komt met appels en een paar broden en wijst hen de boerderij van zijn buurman die leeg staat; daar kunnen ze terecht. Ze slapen die nacht in de schuur, in het hooi. De volgende morgen zien ze 100 meter verderop Duitse soldaten lopen met een machinegeweer dat gericht wordt richting Ouwerkerk. Voorlopig zitten ze veilig, maar toch vinden ze dat de groep te groot is. Ze besluiten ter wille van ieders veiligheid uiteen te gaan. Herman de Leeuw vormt met de soldaat van de South Staffs een koppel en de andere twee soldaten idem. Black en Hudson blijven bij elkaar. De rantsoenen zijn eerlijk verdeeld en de kaart van Black is nagetekend. Black en Hudson gaan terug naar de Molenstraat in Nieuwerkerk. Van Jan Romeijn horen ze dat het slecht is afgelopen met Operatie Market Garden en dat op Schouwen drie Tommies zich hebben overgegeven aan de Duitsers. Het zijn hun glider kameraden.

Later verteld De Leeuw hen dat nadat hij en de soldaat van de Souths Staffs de schuur hadden verlaten, ze het andere koppel aan het eind van de weg aantroffen. Ze waren gedemoraliseerd en wilden zich overgeven. Hij trachtte hen op andere gedachten te brengen en zijn maat er van te overtuigen zich niet bij hen aan te sluiten. Het mocht niet baten. De Leeuw trok zich op enige afstand terug en zag dat de drie aanklopten bij een huis. Vervolgens vertrok hij. De drie Engelsen gaven zich over. Zo niet De Leeuw. Hij bleef ondergedoken en kreeg daarbij van verschillende kanten hulp, onder andere van Jan Schoenmaker.

MISLUKT

Op 4 december 1944 krijgen Black en Hudson te horen dat ze moeten vertrekken naar Zierikzee omdat iedereen op last van de Duitsers het gebied moet verlaten. ’s Avonds moeten ze naar Ouwerkerk gaan. Daar zullen ze Herman de Leeuw weer ontmoeten en de hierboven genoemde Schoenmaker. Ene Joost Ringelberg zal hen naar Zierikzee brengen en de volgende avond zullen ze oversteken naar het bevrijde Noord-Beveland. Op een afgesproken plaats staan Herman en Schoenmaker. De begroeting met Herman is gedempt uitbundig. Ze gaan terug naar Nieuwerkerk waar ze in een timmermanswerkplaats de boorden van een bootje verhogen zodat ze er met vier man in kunnen zitten. Anderhalf uur roeien ze over het ondergelopen eiland en het is na middernacht als ze een oude polderdijk bereiken. Het is 6 december 1944. Copiloot Philip Hudson viert zijn 23-ste verjaardag! Vanaf de dijk worden ze naar Zierikzee gebracht, waar een uit het Duitse leger gedeserteerde Armeniër zich bij hen aansluit. De volgende dag ’s avonds worden ze naar een grote schuur gebracht buiten de stad waar ongeveer 20 mensen zijn. Onder hen twee politieagenten. Op een sein van één van hen verlaten ze de schuur en lopen in kleine groepjes naar de dijk langs de Oosterschelde. Tussen 19.00 en 20.00 uur zal recht tegenover de Boerenweg een Engels landingsvaartuig aanleggen. De twee agenten lopen naar de waterkant en geven lichtsignalen af. Ze gaan er lang mee door maar er komt geen antwoord. Tenslotte geven ze het op en gaat men in kleine groepjes weer terug naar de stad. De twee Britten, Herman en de Armeniër gaan met Joost Ringelberg mee naar huis.

BEDRIJFSTELEFOON

De illegaliteit heeft de beschikking over een “vergeten” bedrijfstelefoon van de PZEM. Deze lijn, bij de Duitsers onbekend, maakt contact met bevrijd gebied mogelijk. Er wordt contact gemaakt met de Britten en Black praat met een “brigade major” aan de andere kant van de lijn. Deze verzekerd Black dat die avond, 7 december 1944, al het mogelijke gedaan zal worden om de operatie te doen slagen. ’s Avonds wordt het risico verkleind door de groep in een leeg huis onderaan de dijk te laten wachten. De twee agenten en De Leeuw liggen bij het water te seinen. Maar weer komt er geen boot. Na ruim een uur moeten ze de anderen vertellen dat ook deze poging is mislukt. Hoe gaan ze nu terug?

LICHTSIGNALEN

Eén van de agenten zal samen met zijn vrouw voorop lopen. Bij onraad zullen ze de groep met lichtsignalen waarschuwen. Het tweetal verdwijnt, de groep wacht. Ze zien een licht. Het verschuift, het is waarschijnlijk een auto. Even later komen er lichtsignalen van de agent. Ze blijven doodstil onderaan de dijk staan. Dan klimt de andere agent de dijk op, de anderen volgen. Opeens verschijnen er twee Duitsers, maar niet van de kant waar de signalen vandaan komen. De agent springt naar voren. Er wordt geschoten door de Duitsers, door de agent en door Black. Een Duitser geeft een schreeuw en rolt getroffen de dijk af. Er ontstaat paniek. De mensen rennen weg, alle kanten op. En opeens zijn er veel meer Duitsers, waarvan later zal blijken dat er twee om het leven zijn gekomen. Zes mensen weten te ontsnappen waaronder Black, Hudson en De Leeuw. Die blijven bij elkaar, kruipen de dijk af en volgen bij de waterkant de oever in westelijke richting. Een paar kilometer verder vinden ze een schuilplaats op een hooizolder. Het is bijna middernacht, bijna vrijdag 8 december 1944. Koud en nat zitten ze weggedoken in het hooi. Ze zijn verward en terneergeslagen, maar ook kwaad. Ze voelen zich in de steek gelaten door hun landgenoten en ze voelen zich beschaamd tegenover de verzetsgroep.

MELKPOEDER

’s Middags komt er een boerenman binnen. Hij gedraagt zich vreemd, doet schichtig. Het lijkt of hij wat verstopt. Als de man weg is gaat De Leeuw kijken wat het is. Hij komt terug met een groot blik melkpoeder. Uit een regenton scheppen ze wat water om de gedroogde melk te consumeren: een handje ervan in de mond, een flinke slok water, goed spoelen en slikken. De tweede dag besluiten ze contact te maken met de bewoners van de boerderij. In het donker kloppen ze aan. De boer lijkt bang en zegt niet veel. Hij laat merken dat hij er niet erg op gesteld is dat ze in zijn schuur zitten. Hij wil niet in moeilijkheden komen. De Leeuw zegt dat ze weg gaan als hij hen wat te eten geeft. De boer geeft ze een paar appels. Ze blijven toch nog een nacht en op zondagavond verlaten ze de schuur, richting Zierikzee. In de stad trekken ze hun schoenen uit en op sokken lopen ze door de straten naar het huis van Joost Ringelberg. Binnen krijgen ze een bord pap. Joost en zijn vrouw zijn erg van streek. Die dag zijn er in Renesse tien mensen van hun groep opgehangen.

EXECUTIE

Deze tien staan bekend als “De tien van Renesse.” Het zijn mensen die bij de mislukte oversteek van 7 december door de Duitsers gevangen zijn genomen. Na een schijnproces waarbij ze vreselijk werden mishandeld, bepaalde het vonnis van het Standgericht dat de tien mannen door middel van de strop ter dood zouden worden gebracht. De voltrekking van het vonnis vond plaats te Renesse bij de ingang van Slot Moermond op zondag 10 december om 12.00 uur. Een zwaar gewond lid van de groep moest vanaf een brancard toekijken hoe zijn negen makkers werden opgehangen. Toen hij kort daarop stierf werd zijn lijk naast de anderen gehangen. Onvoorbereide familieleden en burgers werden gedwongen kort na het gebeuren langs de gehangenen te lopen. Eén van hen was een vader, die zijn zoon moest aanschouwen als gehangene. Door de Duitsers werd bepaald dat de lichamen 48 uur moesten blijven hangen. Daarna werden de lichamen van de “Tien van Renesse” weggehaald en op de begraafplaats in Rensesse ongekist in een massagraf gelegd. De daders van deze misdaad zijn nooit gepakt, laat staan berecht….

GEVANGEN

Joost Ringelberg geeft Black, Hudson en De Leeuw aanwijzingen hoe ze in Schuddebeurs moeten komen, waar een huis is waar ze voorlopig veilig zullen zijn. Als ze de boerderij passeren waar ze een paar dagen geleden zaten, besluiten ze daar te blijven. Met zijn drieën slapen ze in één bed. De volgende morgen komen er een paar Duitsers het huis binnen, maar ze zijn ook weer gauw weg. Een paar uur later komen twee Nederlandse werklui het huis binnen en één van hen gaat de trap op. Daar staan de laarzen van Hudson. De man pakt de laarzen op, waarop Hudson te voorschijn komt. Ook de andere twee komen er bij. De Leeuw praat met de mannen en ze druipen af. Om half drie ’s middags is hun lot bezegeld. Een groep zwaar bewapende Duitsers nadert over de dijk en komen het huis binnen. Black beseft dat ze met slechts één revolver op drie man hier niet tegen op kunnen. Hij gaat boven aan de trap staan met zijn handen omhoog, roept “Kamerad!” en loopt de trap af, gevolgd door de anderen. Ze worden gefouilleerd en afgevoerd naar Zierikzee, naar de Orts-Kommandantur. Een Duitse Feldwebel zegt in zijn beste Engels: “For you ze war is over!” Na twee dagen worden ze afgevoerd naar Brouwershaven en vandaar naar Middelharnis. Eén voor één worden ze per auto afgevoerd naar een groot gebouw, een soort politiebureau of gerechtshof. Daar word Black een cel ingeduwd. “Ben jij het Blackie?” wordt er gefluisterd. “Phil, is Herman er ook?” fluistert hij terug. “Yes Sarge”, is het antwoord. “I am here.”

“WHAT THE HELL…..”

Tijdens de verhoren die volgen wordt Black geconfronteerd met De Leeuw, die een verhaal heeft opgehangen waar geen touw aan vast is te knopen. Als ze in de cel terugkomen, sist Black tegen De Leeuw: “What the hell have you been telling them?”. Ze vergelijken vragen en antwoorden en bespreken verschillende strategieën. Hoe lang kun je blijven volhouden dat je iets niet weet? Wanneer moet je antwoorden: “Dat zeg ik niet”. Wat zijn de mogelijke consequenties? Later komt er een ondervrager binnen die zegt dat ze tevreden zijn over de antwoorden van de drie en dat ze als krijgsgevangenen behandeld zullen worden. Een dag later vertrekken ze via Rotterdam en Schiedam naar Woerden, waar ze van 20 tot 27 december verblijven. Van Woerden gaan ze via Amersfoort naar Enschede, waar ze worden ondergebracht in een doorgangskamp voor luchtmachtgevangenen. Hier nemen Black en Hudson afscheid van De Leeuw. Op 2 januari verlaten Black en Hudson Nederland om uiteindelijk terecht te komen in Stalag Luft 1. Op 30 april 1945 worden ze daar door de Russen bevrijd.

En De Leeuw? Van hem is niet meer bekend dan dat hij vanuit Enschede verder Duitsland in is vervoerd. In welk kamp hij heeft gezeten is niet bekend, wel dat hij op 16 april 1945 door de geallieerden is bevrijd. In oktober van dat jaar kwam hij terug bij zijn onderdeel, op dat moment het 6de Koninklijk Nederlands Infanterie Depot, beter bekend als de “Stormschool Bloemendaal”. Op 15 januari 1951 werd hij geplaatst bij het Korps voor de tijd van zes jaar als vrijwilliger bij de KL. Hij volgde vele cursussen waaronder de omscholingscursus tot sergeant. Hij diende o.a. op het Infanterie Schietkamp Harskamp, bij het 412de Bataljon Infanterie, het Garde Regiment Jagers en bij de stafcompagnie van de 4de Divisie. Op 1 januari 1959 verliet hij de dienst. Herman de Leeuw was drager van het Oorlogsherinneringskruis met de gespen Krijg te Land 1940 – 1945 en Arnhem-Nijmegen- Walcheren 1944. Op 16 februari 1989 kwam “de vijfde krijgsgevangene” plotseling op 69 jarige leeftijd in Dordrecht te overlijden.

Bronnen:

Artikel in Zeeuws Tijdschrift uit 1985, geschreven door Tine Visser.

“A glider pilot’s story” door Bernard Black.

Registratiekaart en zogenoemde “Engelandkaart” van Herman de Leeuw.

Op bezoek bij Eduard Torenbos

image018

We hebben afgesproken op de Wouwseweg nr 5, daar wonen Corrie en Eduard Torenbos. Ze zijn beiden rasechte Roosendalers. En zijn daar ook naar school gegaan, ze hebben op het Norbertus lyceum de Mulo gehaald. En vervolgens de Handelschool gedaan. Daar hebben zij elkaar leren kennen en uiteindelijk verkering gekregen. Eduard heeft voor werkzaamheden de nodige cursussen gevolgd. Corrie is vervolgens lerares coupeuse (naailes) geworden, met lesgeven aan huis.

Eduard is 19 jaar als de dienstplicht roept. Hij is opgekomen met de lichting 61-3 en gaat naar het Kct .Met goed vervolg de Eco gedaan en op 29 september de groene baret gehaald. Hij wordt geselecteerd om gewondenverzorger te worden. Eduard gaat naar het gemeente ziekenhuis te Dordrecht om daarvoor opgeleid te worden. Hij moest overal aan mee werken, zo ook amandelen knippen bij kinderen. Eenmaal terug in Roosendaal wordt hij bevorderd tot cdo 1ste klas en vervolgens na 2 maanden volgt promotie tot korporaal. Hij wordt gestationeerd op de MGD, en is dan stafhospik bij Dr. Oomen en adjudant Oosterbaan.

Gaat vervolgens met de 104 Cie 3x naar Duitsland. Krijgen tijdens de 2de uitzending met een nachtmars een zwaar ongeluk bij Steimbke in Duitsland. Hierbij vallen 3 doden en meerdere gewonden. Eduard heeft daar aan de gewonden de eerste hulp verleend door o.a. met een geweer een been te spalken. Met de lichtingen 62-1 en 62-3 als hospik de tentenkampen gedaan.Volgens Eduard de mooiste maanden van zijn diensttijd. Tevens zat hij ook bij de Trommelaren, een muziekband in Roosendaal. Als ze op een zondag ergens in de landen een show moesten geven lukte het hem om daarvoor vrij te krijgen.

Op 21-01-‘63 afgezwaaid. Eduard is na de diensttijd als verkoper bij Coca Cola gaan werken. Hij heeft daar 10 jaar gewerkt. Vervolgens auto-verkoper geweest bij de Simca Garage van van Dorst. Gaat vervolgens bij Goovers werken, de VW garage te Bergen op Zoom. Als collega had hij daar Dick Koning, chef magazijn ook een oud commando. En als laatste bij Mazairac, de Opel garage te Bergen op Zoom.

Hij is een veelzijdig man met allerlei functies in het verenigingsleven. Zo is hij bv voorzitter van de Vakbond Unie, en dit is hij 14,5 jaar geweest. Eduard is tevens medeoprichter van onze vereniging en 15 jaar voorzitter geweest van onze commando vereniging. Is nu vrijwilliger en 21 jaar penningmeester van het commando museum. En dan ook nog oude graven restaureren op de begraafplaats aan de Bredaseweg. Eduard heeft in al die jaren een mooie staat van dienst opgebouwd. Corrie en Eduard hebben 2 kinderen, Moniek en Ron, en 4 kleinkinderen.

image020